Waterstof in het publiek debat

In binnen- en buitenland wordt waterstof door velen gezien als een belangrijke bouwsteen voor de energietransitie. En als onmisbaar element in een betaalbare, duurzame en betrouwbare energievoorziening. Eerst vertellen we iets over de brede steun voor waterstof in politiek, maatschappij en wetenschap. Steun die leidde tot vervolgstappen om de ontwikkeling van waterstof verder te brengen. Ook het ontwerpklimaatakkoord - een omvangrijk pakket van afspraken, maatregelen en instrumenten dat de Nederlandse CO₂-uitstoot in 2030 met ten minste 49 procent moet terugdringen – gaat uit van een belangrijke rol voor waterstof in de energietransitie. En benoemt daarbij maatregelen om die rol waar te kunnen maken.


Maar er zijn ook andere geluiden te horen over waterstof. Is het wel zo efficiënt, is het wel zo schoon? Ook de veelgehoorde argumenten tegen waterstof zetten we op een rij.

Klimaatakkoord

In het voorstel voor een Klimaatakkoord staan verschillende maatregelen om met waterstof de CO₂-reductiedoelstellingen voor 2030 dichterbij te brengen in de industrie, de elektriciteitssector en voor mobiliteit. In het klimaatakkoord is een ambitie voor groene waterstof opgenomen van 3-4 GW in 2030. Het Klimaatakkoord wijst er bovendien op dat waterstof een aantal essentiële functies kan vervullen in het Nederlandse energiesysteem. Daarom is afgesproken dat er een programmatische aanpak voor waterstof komt die uiteindelijk is gericht op de opschaling van elektrolyse.

In 2021 moet worden bepaald hoeveel extra duurzame elektriciteit er moet komen om te voorzien in de extra vraag naar elektriciteit door waterstof en elektrificatie. Daarnaast zal het programma zich richten op de ontwikkeling van een optimale waterstofinfrastructuur. Om dat in goede banen te leiden, stelt de overheid onder meer financiële middelen voor innovatie- en demonstratiefaciliteiten beschikbaar.

Voor de industrie komt er een groot waterstofprogramma en actieve overheidsondersteuning voor waterstofprojecten die nu al in beeld zijn: Gasunie/Nouryon (20 MW Chemiepark Delfzijl), ENGIE/Gasunie (100 MW), Tata/Nouryon (100 MW), H2M Eemshaven en H-vision (participatie Gasunie). Ook gaat het Rijk de mogelijkheden onderzoeken voor een combi-tender offshore wind waarin de groene stroomcapaciteit wordt ingezet voor groene waterstofproductie. Daarnaast komt er via de verbrede SDE+ vanaf 2020 subsidie voor de uitrol van groene waterstof waar dit kosteneffectief al mogelijk is.

Voor de mobiliteitssector heeft het kabinet meer nadruk gelegd op waterstof. Het klimaatakkoord stelt voor dat in deze sector in 2020 een ambitieus convenant wordt afgesloten om een aantal ambitieuze doelen te realiseren. Deze doelen zijn o.a. 300.000 personenauto’s en 7.000 vrachtwagens met een brandstofcel die rijden op waterstof (FCEV).

Waterstofgezant

In 2018 benoemde Nederland een speciale waterstofgezant: Noé van Hulst. Die verkent voor Nederland de mogelijkheden om aansluiting te zoeken bij Europese ontwikkelingen en deelt zijn indrukken.

Brede steun voor waterstof

Eind 2018 pleitte de Waterstof Coalitie voor een concreet programma voor waterstof in het klimaatakkoord: ‘Klimaatverandering is een groot probleem en behoeft significante CO₂-reductie in verschillende sectoren. Groene waterstof speelt daar een onmisbare rol in. Het is belangrijk dat de ontwikkeling van groene waterstof geborgd wordt in het Klimaat & Energieakkoord.’


De Waterstof Coalitie is een groep van 27 milieuorganisaties, kennisinstellingen, overheden en bedrijven. Deze coalitie, onder leiding van Greenpeace, riep de regering en de deelnemende partijen van het Klimaatakkoord in een manifest op om prioriteit te geven aan waterstof als essentiële bouwsteen voor de energietransitie.

Natuurlijk ging daar heel wat aan vooraf. Zo is er in de jaren zeventig en aan het begin van deze eeuw regelmatig aandacht voor waterstof als toekomstige energiebron met veel potentie. Begin 2004 verschijnt het boek De waterstofeconomie. De VPRO besteedt in datzelfde jaar uitgebreid aandacht aan de waterstofrevolutie. De nadruk lag toen sterk op toepassing als brandstof voor brandstofcelauto’s. Het blijft daarna relatief rustig omdat deze techniek nog veel uitdagingen kende.

In 2019 maakt VPRO een nieuwe Tegenlicht. Deltaplan waterstof, met als thema: Kunnen we, als Nederland van het aardgas af gaat, het bestaande gasnet gebruiken voor groene waterstof?

Door de discussies over klimaatverandering staat waterstof weer op de agenda. Belangrijk werk werd de afgelopen jaren gedaan door Ad van Wijk, professor Future Energy Systems aan de TU Delft. Hij is een visionair en toonaangevend pleitbezorger voor het aanwenden van waterstof om de Nederlandse klimaatdoelstellingen te halen.

Ondernemingsorganisatie VNO-NCW bestempelt ‘Groene waterstof als motor voor groei en vergroening’ en noemt Nederland al Waterstofland. De ondernemers willen met de overheid werken aan een duurzame en vooral aantrekkelijke toekomst.

Waterstofvisie VNO-NCW
Deze animatie toont hoe de visie van VNO-NCW werkelijkheid kan worden.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) vroeg in 2017 aan Topconsortium voor Kennis en Innovatie TKI Nieuw Gas om de regie te nemen bij de totstandkoming van een routekaart voor waterstof. De minister signaleerde namelijk dat het thema waterstof steeds meer belangstelling kreeg. De publicatie was in mei 2018 klaar en concludeerde: ‘Waterstof is belangrijk om de maatschappelijke opgave om CO₂-emissies drastisch te verminderen te kunnen realiseren. Het is een robuuste optie die veel productie- en toepassingsmogelijkheden kent en een systeemrol vervult. Waterstof kan aan alle transitiepaden een bijdrage leveren.’

Discussie over waterstof

Dat er veel steun is voor waterstof, betekent niet dat er geen tegengeluiden te horen zijn. Al decennia kondigen deskundigen, beleidsmakers en vele anderen waterstof aan als de duurzame energiedrager van de toekomst, maar hiervan is al met al nog maar weinig terechtgekomen.


De waterstof die gebruikt wordt bij de industrie, is nog steeds niet duurzaam. Toepassingen in andere sectoren beperkt zich in Nederland tot enkele tientallen auto’s, bussen en vrachtwagens en binnenkort enkele tientallen woningen.


Enerzijds hebben we het hier over het klassieke kip-ei probleem. Er is nog maar beperkt aanbod van duurzame waterstof, beperkte infrastructuur en waterstof is veel duurder dan aardgas, dus waarom zou je investeren in een dure waterstoftoepassing? Anderzijds spelen ook meer fundamentele vraagstukken een rol. Waarom zou je onze beperkt beschikbare duurzame elektriciteit omzetten in waterstof als je het direct kunt toepassen? Elektrisch rijden op accu’s is toch veel efficiënter dan rijden op waterstof? Wordt isolatie van woningen niet naar de achtergrond verdrongen als waterstof onze huizen gaan verwarmen? Waterstof is niet nodig, batterijen kunnen in de toekomst toch zorgen voor voldoende opslag? En waterstof is toch gevaarlijk?


Dat we over dergelijke vraagstukken nadenken is zeer terecht. Zeker in een tijd waarin de Nederlandse staat, meer dan ooit tevoren, zich heeft gecommitteerd aan forse CO₂-reductiedoelen. We moeten zuinig omgaan met onze schaarse duurzame bronnen, energieverliezen moeten we zoveel mogelijk voorkomen en een veilige, betrouwbare en betaalbare energievoorziening blijft noodzakelijk. Op andere plekken in deze longread over waterstof gaan we daarom diepgaand op deze vragen in.